Zondag krijg je een uur cadeau.
Een uur langer in bed. Gratis. Iedereen kijkt ernaar uit.
Bij ons thuis pakt niemand het uit.
Om vijf uur 's middags staat mijn middelste dochter in de keuken.
Ze kan slecht tegen honger. Dan wordt ze hangerig, een tikje chagrijnig, op zo'n manier waar je stiekem om moet lachen. Ze weet het zelf ook. Maar op dat moment is ze helemaal overgeleverd aan haar lijf.
Ze kijkt om zich heen. En dan komen de vragen.
"Gaan we bijna eten? Wat eten we?"
Buiten is het al bijna donker. Op het fornuis staat nog niks, want bij ons gaat het eten pas rond half zeven op tafel. Dat is altijd zo geweest. In de zomer hoor je daar niemand over.
Maar elk jaar rond deze tijd begint het weer. Eerst de honger, om vijf uur. En als we dan om half zeven eindelijk aan tafel zitten, zie ik kleine oogjes en vraagt er een of het al bedtijd is. Terwijl het eten nog op het bord ligt.
Ik dacht lang dat het gewoon trek was. Een lange schooldag, buiten gespeeld.
Inmiddels weet ik beter. Zij heeft gelijk. De klok heeft het mis.

Deze keuken bestaat niet, ik heb hem laten maken. Mijn dochter om vijf uur wel.
De lamp moet weer uit de kast
Vanochtend kwam mijn zoon naar beneden met een verzoek. Of de lamp weer uit de kast kon.
Het is de daglichtlamp waar ik eerder over schreef. Hij is geen ochtendmens. Hij komt langzaam op gang, en als het om acht uur buiten nog schemert, komt hij eigenlijk helemaal niet op gang.
Dit jaar was hij me voor. Ik zat zelf ook al te denken dat het tijd werd voor mijn brilletje.
Aan de ene kant van de dag is het te vroeg donker. Aan de andere kant te laat licht.
En zondag gaat de klok een uur terug.
Het uur dat je cadeau krijgt, krijg je niet
Alleen pakt bijna niemand dat uur echt uit. Er is weinig bewijs dat mensen in die nacht echt langer slapen (1). Ochtendmensen worden gewoon een uur eerder wakker en vallen op hetzelfde tijdstip in slaap als altijd. Die leveren er slaap bij in. En het kan tot vijf dagen duren voordat je weer helemaal bij bent (2).
Je lichaam kijkt namelijk niet op de klok. Het kijkt naar de zon.
Er was een tijd dat heel Nederland dat begreep. Toen liep onze klok op een kerktoren.
Er was eens een Nederlandse tijd
Tot 1940 had Nederland zijn eigen tijd. De officiële klok liep op de zon boven de Westertoren in Amsterdam (3). Twintig minuten voor op Londen, en daarmee vrijwel precies afgestemd op waar de zon hier staat.
Sloeg de klok twaalf, dan stond de zon ook ongeveer op zijn hoogst. Je hoefde er niet over na te denken. Klok en lichaam wezen dezelfde kant op.
Tot een nacht in mei 1940.
Je lichaam loopt op zonnetijd
De Duitse chronobioloog Till Roenneberg wilde weten hoe mensen slapen als niemand ze iets oplegt. Duitsland heeft één klok, maar de zon komt in het oosten van het land een half uur eerder op dan in het westen.
Wat bleek: per lengtegraad schuift het moment waarop mensen slapen vier minuten op. Wie aan de westgrens woont, slaapt zo'n 36 minuten later dan wie aan de oostgrens woont (4, 5). Met precies dezelfde klok aan de muur.
Je lichaam loopt dus niet op kloktijd. Het loopt op zonnetijd. Het verschil tussen die twee heet in de wetenschap sociale jetlag.
Kinderen hebben dat het puurst. Er zit nog geen agenda tussen hun lijf en de zon. Wordt het donker, dan zegt hun lijf dat de dag erop zit. Eten. Slapen. Klaar.
Mijn dochter staat om vijf uur dus niet te vroeg in de keuken. Haar lijf geeft gewoon de tijd aan. De goede tijd.
De nacht van 16 mei 1940
Kort na de Duitse inval gingen in heel Nederland de klokken gelijk met Berlijn (6). In één nacht ruim anderhalf uur vooruit, want Duitsland draaide op zomertijd, en die bleef tot 1942 het hele jaar staan (7). Eind december kwam de zon toen pas rond half tien op.
Na de oorlog is het nooit meer teruggedraaid.
Daardoor loopt Nederland in de winter nog altijd 40 minuten voor op de zon. In de zomertijd is dat een uur en veertig minuten (8). Ieder voorjaar zetten we er nog een uur bovenop.
Zondag gaat dat uur eraf. Wat er dan eigenlijk gebeurt: de klok gaat een uur terug naar de zon. Niet helemaal tot aan de Westertoren, maar wel een uur dichterbij.
Je ziet het aan de zon zelf. Boven Leeuwarden, waar ik woon, staat die zaterdag om 13.21 uur op zijn hoogst. Maandag om 12.20 uur. Weer bijna netjes rond het middaguur.
Wintertijd is dus niet de donkere tijd. Het is de tijd die het dichtst bij je lijf ligt. Niet voor niks adviseren slaaponderzoekers en het RIVM om wintertijd te houden als de klokwissel ooit stopt (8).
De klok is een afspraak. De zon niet.
Maandag is het ontbijt weer licht
Voor mijn zoon is maandag goed nieuws. Zaterdag komt de zon bij ons om 8.20 uur op. Maandag om 7.23 uur. Het ontbijt is weer licht.
Voor ongeveer vier weken. Rond 26 november komt de zon weer pas om 8.20 uur op, en daarna schuift het nog verder op.
De lamp gaat dus niet terug de kast in. Hij mag alleen even uit.
De avond heb je zelf in de hand
Aan de ochtend kun je weinig doen. Het licht komt wanneer het komt. Maar de avond is de kant van de dag waar je zelf aan de knoppen zit.
Bij mij gaat er rond die tijd steeds vaker een kaars aan in plaats van het grote licht. Zeker als ik weet dat ik op tijd naar bed wil. Ik deed dat lang voor de sfeer. Het werkt bij mij als een rem. Ik word er rustiger van, zonder dat ik daar iets voor hoef te doen.
Later snapte ik waarom. En dat had alles te maken met mijn oude vak.
Ik ben jaren lichtadviseur geweest en heb heel wat kantoren vanbinnen gezien. Bijna overal hetzelfde beeld: de hele dag één lichtsterkte en één lichtkleur. Vaak 4.000 of 5.000 kelvin, dus fel wit.
De zon doet dat nooit. Die begint zacht, wordt fel en kleurt aan het eind van de dag warm weg. Kantoorlicht blijft gewoon staan waar het staat. Je lijf krijgt geen seintje dat de dag voorbij is.
Moest ik overwerken onder dat licht, dan merkte ik het 's avonds. Ik bleef doordraaien. En in die jaren was ik eigenlijk altijd aan het overwerken.
Een kaars is precies het omgekeerde. Een kaarsvlam geeft licht van rond de 1.900 kelvin (9). Warmer dan welke lamp in je huis ook. Er zit bijna geen blauw in, en juist blauw licht is wat je lichaam 's avonds wakker houdt.
In een Spaans onderzoek zaten twaalf mensen vanaf negen uur 's avonds drie uur lang onder rood of onder blauw licht. In het eerste uur zakte bij allebei hun melatonine, het hormoon dat je klaarmaakt voor de nacht. Maar na twee uur was het onder rood licht weer ruim drie keer zo hoog als onder blauw (10). Een klein onderzoek, maar het klopt met wat ik zelf merk.
Een kaars is eigenlijk dat hele onderzoek in een glazen potje. En het kleinste vuur dat je binnen kunt halen.
En dan de HUG.
Na de HUG ga ik douchen. Koud, want anders kom ik veel te warm in bed. Tanden poetsen. Even bij de kinderen kijken. Beneden alles uit en op slot. En dan nog mediteren.
Tussen de HUG en mijn bed zit zo altijd een half uur of meer. Ik heb dat nooit zo bedacht. Het is gewoon hoe mijn avond loopt.
Toch zit daar meer achter dan ik dacht. Warmte op de avond helpt je lijf daarna sneller af te koelen, en precies dat afkoelen is het teken dat de nacht begint. Deze zomer schreef ik daar al over. Onderzoek wijst op een tot twee uur voor bedtijd als beste moment (11). Mijn half uur zit dus nog aan de korte kant.
Terug naar de keuken
Zondag krijgt mijn dochter het nog een schepje zwaarder. Haar lijf zegt dan zes uur, terwijl de klok nog vijf zegt.
Dus doen we het een paar dagen anders. Als sporten en planning het toelaten, eten we de eerste dagen wat eerder. Daarna rek ik het rustig weer op naar zes uur, half zeven.
Dat uur cadeau pakken we dus niet in één nacht uit.
We geven haar gewoon een paar dagen voorsprong.
Wat je dit weekend kunt doen
Ga zaterdag op je gewone tijd naar bed. Hang niks op aan dat extra uur.
Doe zondagavond het grote licht een uur eerder uit. Een kaars mag.
Zoek de warmte vroeg op de avond op, niet vlak voor je bed.
En ga maandagochtend naar buiten in het licht dat ineens een uur eerder komt.
Reset. Every Day.
Wil je voelen wat warmte aan het eind van de dag met je doet? Op de open dagen staat de HUG klaar. Ik loop rond, beantwoord je vragen, en je merkt binnen een paar minuten waar dit stuk over ging.
Bronnen
- Klok terug betekent geen extra slaap (Harvard Health)
- Slaaptips voor het einde van de zomertijd (Today)
- De Amsterdamse tijd 1909 tot 1940 (Wikipedia)
- Leven in de verkeerde tijdzone (ESRS, Roenneberg)
- Vier minuten per lengtegraad (Big Think)
- Wat de Duitsers achterlieten (Welingelichte Kringen)
- Wintertijd en de zomertijd van 1940 (Weerplaza)
- Stop met de klok verzetten (BioClock Consortium)
- Kaarslicht en kleurtemperatuur (OLED-info)
- Rood en blauw licht en melatonine (Life, 2025)
- Warmte voor het slapen: meta-analyse