Vier jaar geleden liep ik op blote voeten door de sneeuw. Trui aan, muts op, schoenen thuis.
Naast me liep mijn toenmalige vriendin, net zo blootsvoets. Iedereen die we tegenkwamen keek ons aan alsof we niet helemaal goed bij ons hoofd waren. Laten we wel wezen: dat moet je ook een beetje zijn, om zo te lopen.
We hielden het twintig minuten vol, misschien een halfuurtje. Onderweg hadden we de gekste gesprekken. Met elkaar, maar ook met mensen die ons vroegen wat we in vredesnaam aan het doen waren. En waarom.
Het mooiste kwam pas thuis. Je voeten warmen weer op en je voelt het bloed terugstromen, tot in je tenen. Ik ken weinig gevoelens die daaraan tippen.
Over dat moment gaat dit stuk. Het moment dat je uit de kou komt.
Huiswerk van Wim Hof
Die wandeling was huiswerk. We deden samen de tienweekse cursus van Wim Hof, de rauwe variant: opnames van Wim die een klein groepje mensen lesgeeft, in een flink tempo. Op een gegeven moment zei hij: als het sneeuwt, ga eens buiten lopen zonder schoenen. Wij waren toevallig in de winter begonnen. Het sneeuwde toevallig heel veel.
Doe zoiets samen als het kan. Samen door iets ongemakkelijks heen gaan verbindt mega. Je steunt elkaar op de momenten dat je lijf protesteert, en je lacht erom.
De eerste ademsessie vergeet ik niet. Mijn handen, armen, voeten en kuiten tintelden zo hard dat het voelde alsof ze in vuur en vlam stonden. Heerlijk, eigenlijk. Mijn adem inhouden ging bijna vanzelf, en elke ronde een stukje langer, zonder te forceren. Wim neemt je daar ook in mee: fout doen kan bijna niet.
Wat bleef hangen was het gevoel erna. Je bent geland in je lijf. Niet denken, gewoon hier zijn. Dat is op zich al een goede meditatie, maar gekoppeld aan die ademhaling werkt het ontzettend fijn.

Alles in je lijf zegt: eruit
Stap je in een ijsbad, dan schreeuwt je hele lichaam hetzelfde. Wat doe je nou? Dit klopt niet. Stop. Eruit.
Met de ademhaling vooraf is die eerste schrik minder. Weg is hij nooit. Maar zodra je teruggaat naar je adem en hem langzaam verlengt, merk je dat het helemaal zo spannend niet is. En dan komt er een moment dat je er gewoon bij kunt zijn. Dat je er zelfs van geniet.
Dan stap je eruit. Je lijf komt op gang, het bloed gaat pompen, en je voelt je levendig tot en met.
Daarvoor doe ik het. Niet voor de uitdaging. Voor hoe levendig ik ben als ik eruit stap.
En misschien ook een beetje voor die drempel. Elke keer staat er iets in je dat nee zegt, en elke keer stap je er toch in. Voor mijn gevoel train je daarmee een pad in je hoofd dat ook buiten het water doorwerkt. Dat vind ik fascinerend.
Een steiger in Zweden
Mijn favoriete plek ligt in Zweden, een kwartiertje van Johanneslund, waar we altijd zitten. Een meer met zo'n typisch Zweedse steiger die het water in loopt. Ervoor een klein veldje met een barbecueplek, bomen eromheen. Aan de overkant een rotseilandje vol bomen en hier en daar een huisje. Op een windstille dag ligt het water er als een spiegel.
Het meer loopt heel geleidelijk af. Je gaat het trappetje af aan het eind van de steiger, je staat gewoon op de bodem, en het water komt tot je schouders.
Er is bijna nooit iemand. Alleen jij, de kou en de stilte, en een lijf dat helemaal in het nu is omdat het geen keus heeft. Ik ga nooit alleen, altijd met iemand erbij, zodat we op elkaar kunnen letten.
De laatste keer ging mijn zoon mee. Hij vond het interessant en deed gewoon mee. Mooi om ze dat nu al mee te geven.
In de herfst en in de kerstvakantie doen we het daar geregeld. In Leeuwarden zoek ik het water ook op, eens per week of eens per twee weken, als het lukt.
Na de HUG is het geen kunst
Nu het minder stoere deel. Routine is het bij mij nog altijd niet. Van alles wat ik voor mezelf doe, is het ijsbad het eerste wat sneuvelt. Soms zakt het volledig weg.
Eén ding doe ik wel altijd: koud afdouchen na de HUG. En daar speel ik een beetje vals.
Na dertig minuten warmte ben ik helemaal doorwarmd. Dan is die koude douche geen opgave meer, het is bijna makkelijk. Ik doe het ook omdat ik anders te warm in bed stap. Ik heb het sowieso snel warm. De meeste mensen om me heen zijn kouder aangelegd, en die hoeven echt niet koud af te douchen.
's Ochtends koud douchen vind ik soms nog steeds heerlijk. Een paar rustige ademhalingen vooraf is dan genoeg.
Dertig seconden doet het ook
In de winter van 2015 vroegen Nederlandse onderzoekers ruim 3.000 mensen om een maand lang hun warme douche koud af te sluiten. Dertig, zestig of negentig seconden. Een vierde groep douchte gewoon warm.
Wie koud afsloot, verzuimde daarna 29 procent minder door ziekte (1). Het gekke is: ze werden net zo vaak ziek als de rest. Dat verbaasde me. Ze gingen alleen vaker toch gewoon aan het werk. En dertig seconden deed het net zo goed als negentig.
Hoe lang maakte niet uit. Dat het elke dag gebeurde wel.
Dat hoor je mij vaker zeggen, over de twintig minuten. Niet hoe lang, maar hoe vaak.
Ik weet niet hoe het voelt als je iemand bent die het altijd koud heeft. Ik heb het snel warm, dus misschien praat ik makkelijk.
Wil je een uitdaging? Probeer het toch een keer. Morgen, aan het eind van je warme douche, de kraan naar koud. Dertig seconden. Adem een paar keer rustig in voor je draait, en tel. En kijk dan wat er gebeurt als je eruit stapt.
Heb je iets aan je hart of je bloedvaten, overleg dan eerst met je huisarts.
Eerst warm, dan koud
Mijn dag houdt op in de HUG. Hoe vol hij ook was, met reizen, meetings, 's avonds de kinderen, nog willen sporten, alles door elkaar: dertig minuten warmte en ik laat het los. Mijn lijf ontspant helemaal. Daarna de kraan op koud, en naar bed.
Warmte haalt elke drempel weg. Kou is de drempel die ik zelf kies. Ze horen bij elkaar, net als die blote voeten in de sneeuw en het moment dat ze thuis weer warm werden.
Daarvoor bestaat de HUG: een vaste warme plek in huis, elke avond, ook op de avond dat er verder niks in past. Een beetje zoals het vuur waar vroeger de dag ophield.
Reset. Every Day.
Kom een keer zitten op een open dag. Ik loop rond, ik beantwoord je vragen, en als je hem mee naar huis wilt nemen, regelen we dat gewoon.
Bronnen